Standpunt Kwaito

Over het Ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering houdende het beleidsplan voor zorgaanbieders die zorg en ondersteuning verstrekken aan personen met een handicap

De overgang naar de persoonsvolgende financiering zorgt voor heel wat verandering binnen de sector personen met een beperking. Deze overgang baart de werknemersorganisaties heel wat zorgen. De intrede van de niet vergunde zorgaanbieders, ouderinitiatieven en initiatieven die reeds erkend zijn door het Vlaamse ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin hebben de ongerustheid bij de werknemersorganisaties alleen maar vergroot.

Daarom worden de vergunde zorgaanbieders verplicht om een beleidsplan op te maken. In vage bewoordingen wordt aangegeven dat er ook spelregels zullen uitgewerkt worden voor de niet vergunde aanbieders. Letterlijk wordt gesteld dat ‘wij hiervoor een oplossing moeten zoeken’.

Het principe dat KWAITO huldigt, namelijk ‘iedereen gelijk aan de meet’ wordt weer maar eens geschaad.

Telkens opnieuw worden er regels uitgevaardigd waaraan de vergunde zorgaanbieders moeten voldoen. Wij refereren o.m. naar de verplichting om 50 % van de organisatiegebonden middelen in personeel om te zetten. Ook deze maatregel kan gezien worden als een aanslag op sociaal ondernemen.

Nochtans druisen al deze regels in tegen de beginselen van het sociaal ondernemen en de uitgangspunten die de invoering van de persoonsvolgende financiering vooraf gingen:

Voorzieningen worden sociale ondernemingen die regelluw werken en die kunnen rekenen op een faciliterende overheid.

Vooral progressieve voorzieningen werden door deze uitgangspunten verleid om mee te stappen in de overgang naar de persoonsvolgende financiering. Er werd op gerekend dat de overheid zou inzetten op en incentives zou voorzien voor organisaties die grensverleggend opereren, vraaggestuurde zorg in hun DNA hebben, en die hun aanbod verder verfijnen door samenwerking en netwerking. Deze samenwerking moet breed gezien worden. Het gaat zowel over intersectorale samenwerking, maar ook met gebruikersinitiatieven die hun eigen weg willen bewandelen en projectontwikkelaars met een hart voor personen met beperkingen.

Dit ontwerpbesluit bevestigt de overheid in haar controlerende rol, met een pamperende visie.

Uiteraard hebben gezonde ondernemingen een strategisch beleidsplan en is er intens overleg met de verschillende geledingen binnen een organisatie.

Het ontwerpbesluit geeft aan dat de eindverantwoordelijkheid voor de opmaak van het beleidsplan bij de directie ligt.

De directie doet dat na goedkeuring door de Algemene Vergadering en de Raad van Bestuur. Daarnaast is er overleg op niveau van de gebruikersraad, de ondernemersraad, het Comité Preventie en Bescherming van de Werknemers en de syndicale delegatie. Er is ook nog overleg via personeelsvergaderingen.

Zulk overleg behoeft geen nieuw kader waarbij een model van beleidsplan als basis dient.

Zo’n model van beleidsplan getuigt van wantrouwen met betrekking tot het huidige overlegmodel.

Intussen kunnen niet vergunde zorgaanbieders in de luwte blijven opereren en kunnen nieuwe marktspelers ongehinderd hun intrede doen.