Visie op de toekomst

Iedereen gelijk aan de meet!

Vanuit de stelling dat volwassen personen met een beperking kunnen genieten van dezelfde rechten en onderhevig zijn aan dezelfde plichten als andere burgers vertrekt KWAITO van het principe dat ‘Iedereen gelijk moet zijn aan de meet’.

Woon- en leefkosten

Er kan geen onderscheid gemaakt worden tussen vergunde zorgaanbieders en personen die in eigen regie gehuisvest worden. Het kan niet zijn dat vergunde zorgaanbieders aan strengere regels onderworpen worden en daardoor het sociale ondernemerschap niet ten volle kunnen opnemen. Als vergunde zorgaanbieder wil KWAITO een transparant beleid voeren m.b.t. woon- en leefkosten, inzage geven in de achterliggende principes (reële kosten – solidariteitsprincipe - …), maar het kan niet de bedoeling zijn dat voorzieningen zelf moeten bijspringen wanneer bewoners de reële kosten niet kunnen dragen. In dat geval moeten deze bewoners aanspraak kunnen maken op financiële tussenkomsten die ook voor andere burgers gelden.

Voor elke persoon met een beperking, ongeacht waar hij woont, moet het inkomen als vertrekpunt genomen worden om zich te verzekeren van betaalbaar wonen.

Personen met een laag inkomen hebben recht op een huursubsidie of een sociale huurregeling. In die zin kan de voormalige VIPA financiering gezien worden als dergelijke huursubsidie en vervangen worden door een regeling waar alle andere burgers, met een laag inkomen gebruik kunnen van maken. Gezien de omvang van de hele transitie en de visie dat personen met een beperking recht hebben op inclusief en aangepast wonen moet er snel werk gemaakt worden van een nieuw woonbeleid waarbij deze doelgroep niet over het hoofd gezien wordt bij onder meer de realisatie van sociale huisvesting.

Het VIPA verhaal zou in die zin ook sterk herleid kunnen worden. KWAITO pleit er voor dat er voor personen met een zware ondersteuningsbehoefte nog VIPA kan aangevraagd worden voor collectieve huisvesting. Het gaat dan over huisvesting voor personen met een nursingprofiel, zowel voor personen met ernstige meervoudige beperkingen als voor personen die door een gedragsproblematiek intensieve ondersteuning nodig hebben. Voor andere doelgroepen moet er een beroep kunnen gedaan worden op middelen voor woningaanpassing. De wetgeving m.b.t. Individuele Materiële Bijstand is, gezien de huidige context, volledig achterhaald en moet dringend aangepast worden. Deze regelgeving moet in het licht gehouden worden van individuele burgers die zelf hun zorg wensen te organiseren, hetzij in familiale context, hetzij vanuit een eigen regieproject en als huurder van een kamer/studio bij een vergunde zorgaanbieder.

Daarnaast moeten personen die niet bewust kiezen voor samenwonen met een partner gezien worden als alleenstaand. Voorzieningen worden niet langer erkend als instelling, maar als collectieve woonvorm voor personen met een eigen budget. De personen die een beroep doen op collectief georganiseerde zorg kunnen in die zin niet beschouwd worden als personen die samenwonen alsof het bloedverwanten of partners zijn.

Belangrijk is dat personen met een beperking hun inkomen  kunnen maximaliseren. Dat betekent dat zij zicht moeten hebben op alle inkomensverhogende maatregelen. Rechten horen automatisch te worden toegekend , het inkomen moet boven de Europese armoedegrens worden getild. De inspanningen van de persoon zelf om het inkomen te verbeteren moeten worden aangemoedigd.

KWAITO
gaat er van uit dat dit een bevoegdheid wordt van het decreet lokaal beleid, het Geïntegreerd Breed Onthaal. Vergunde zorgaanbiedersmoeten dus ook een plaats verwerven binnen de uitbouw van het GBO.

Mobiliteit

Ook het mobiliteitsvraagstuk moet meegenomen worden. Op welke wijze kunnen personen met een beperking zich autonoom verplaatsen en op eenzelfde dienstverlening rekenen als gewone weggebruikers? Zij moeten aanspraak kunnen maken op verschillende vormen van aangepast openbaar vervoer. Daar waar dit vervoer in gebreke blijft, dienen de inzetbare middelen voor aangepast vervoer worden opgetrokken (compensatiedecreet). Wij gaan er van uit dat dezelfde rechten moeten gelden voor alle doelgroepen met eenzelfde nood (bv. tussenkomst van het RIZIV in het kader van vervoer van en naar dagcentra voor ouderen).

Gebruik van reguliere diensten

Personen met een beperking moeten gebruik kunnen maken van alle beschikbare eerstelijnsdiensten, aan de gangbare tarieven volgens inkomen. De hoogte van het persoonsvolgend budget kan afhankelijk gemaakt worden van de eerstelijnsdiensten die aangewend worden. Op die manier wordt dubbele financiering vermeden.

Open eind financiering

Daarnaast stelt zich de vraag of de hoogte van het persoonsvolgende budget niet afhankelijk kan gemaakt worden van de situatie van de aanvrager. Mits een open eindfinanciering zouden mensen zich al gewaarborgd weten van beperktere ondersteuning, geënt op de mogelijkheden van het eigen netwerk, maar zich ook verzekerd weten van een aangepast budget naarmate de eigen mogelijkheden, de mogelijkheden van het netwerk of eerstelijnsdiensten afnemen. De open eindfinanciering moet een dynamisch systeem zijn waarbij het budget snel vermeerdert bij toenemende zorg, maar ook vermindert als de ondersteuningsnood afneemt. Zo kan bijvoorbeeld ontremd gedrag doorheen de jaren afnemen als een persoon de nodige stabiliteit heeft leren ervaren.

Alleen een open eindfinanciering kan een einde maken aan de wachtlijstproblematiek die noch binnen de oude regelgeving noch na de invoering van de persoonsvolgende financiering opgelost werd.

Een nieuw beleid inzake gehandicaptenzorg kan maar werken wanneer dit beleid in het licht wordt gehouden van een algemeen beleid, over de verschillende overheden heen. Dat betekent ook dat er flankerende maatregelen uitgewerkt worden binnen andere beleidsdomeinen.